Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AN8859

Datum uitspraak2003-11-21
Datum gepubliceerd2003-11-25
RechtsgebiedBouwen
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200306855/2
Statusgepubliceerd


Indicatie

ij afzonderlijke besluiten van 29 oktober 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drieberg-Rijsenburg (hierna: het college) aan onderscheidenlijk de Turkse Solidariteitsvereniging Hacibayram en de Marokkaanse Vereniging Annasr (hierna: vergunninghouders) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de bouw van een gebeds- en ontmoetingsruimte op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te [plaats].


Uitspraak

200306855/2. Datum uitspraak: 21 november 2003 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: [verzoekers, allen wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht van 15 september 2003 in het geding tussen: verzoekers en het college van burgemeester en wethouders van Drieberg-Rijsenburg. 1. Procesverloop Bij afzonderlijke besluiten van 29 oktober 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drieberg-Rijsenburg (hierna: het college) aan onderscheidenlijk de Turkse Solidariteitsvereniging Hacibayram en de Marokkaanse Vereniging Annasr (hierna: vergunninghouders) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de bouw van een gebeds- en ontmoetingsruimte op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te [plaats]. Bij besluit van 24 juni 2003 heeft het de daartegen door verzoekers gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 15 september 2003, verzonden op 17 oktober 2003, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoekers ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 oktober 2003, hoger beroep ingesteld. Tevens hebben zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 november 2003, waar een aantal verzoekers, waaronder [gemachtigde], in persoon, bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door ir. Cl. van der Burg, B.J. ter Horst en mr. R. Gerritse, onderscheidenlijk wethouder en ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn vergunninghouders, vertegenwoordigd door onderscheidenlijk [gemachtigde] en [gemachtigde], daar gehoord. 2. Overwegingen 2.1. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer, indien zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft bevonden. Verzoekers hebben het hoger beroep ingesteld op nader aan te vullen gronden. In hetgeen zij ter zitting naar voren hebben gebracht is geen aanleiding te vinden om thans op voorhand aan ten nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat geconcludeerd zal worden dat de vrijstellingen en bouwvergunningen niet mochten worden verleend, zoals bij de besluiten van 29 oktober 2002 is gedaan. 2.2. Gelet hierop en op de betrokken belangen, dient het verzoek te worden afgewezen. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Boer, ambtenaar van Staat. w.g. Loeb w.g. Boer Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 21 november 2003 201.